Na een kronkelachtige rit door de bergen van Le Grand Bornard kom ik aan bij een houten schuur, aangebouwd aan de rest van het chalet-achtig huis. Buiten liggen de houtblokken opgestapeld en vanaf hier is het nog gissen wat ik achter de deur zal gaan zien. De zware houten deur glijdt krakend open en de goedlachse Cécile stapt op ons af. Met vriendelijke lichte ogen en haar werkkleding aan, stelt ze zich voor. Welkom in haar domein.

Gehuld in kleding onder een witte waas van de houtresten, slijt Cécile de helft van haar dagen in deze schuur. Hier vindt ze rust, sereniteit en kan ze focussen op zichzelf. „Als fysiotherapeut ben ik continu bezig met de pijn van anderen, dat neem ik mee naar huis. Hier vind ik kalmte.” Precies dat geen waar ik tijdens deze trip in de bergen zelf ook naar zocht. Het uitgelezen moment om eens goed te bestuderen hoe zij die kalmte gevonden heeft.

Het gedeelte van het huis waar haar atelier zich bevindt, behoorde tot vier jaar geleden tot de boerderij van haar man. Maar dit deel is nu van haar. De werkplaats waar ik binnenstap is bezaaid met opgekrulde houtsnippers, machines en tussen de bedrijven door scharrelt een kip over de vloer. Via het kleine – eveneens bestofte – raam achterin kijk je uit op de Franse Voor-Alpen: de Aravisketen.

Materiaal uit de achtertuin

Tussen de bergen van regio Annecy is Cécile opgegroeid. De bergen zijn haar achtertuin. Voor heel even heeft ze het gebied verruild voor Lyon, om daar te worden opgeleid tot fysiotherapeut. Grandbo, zoals Le Grand Bornard ook wordt genoemd, telt zo’n 2100 inwoners. Cécile, haar man en drie kinderen van 5, 7 en 9 tellen samen vijf van de inwoners. Ze kent dit Franse landschap op haar duimpje en weet precies waar het resthout te verzamelen, waarmee ze haar passie kan beoefenen.

Zo veel mogelijk werkt ze met resthout, gebruikt ze de overgebleven snippers om nieuw hout te drogen, of ze gebruikt de houtkrullen voor in het kippenhok of de open haard. Het hele proces zo circulair mogelijk.

Van fysiotherapeut tot houtbewerker

Vier jaar geleden is haar passie voor hout – en het bewerken daarvan – tot bloei gekomen. Ze werkte al jaren als fysiotherapeut, maar wilde een stap in een nieuwe richting zetten. Vooral om vaker tot rust te komen, niet omdat ze wilde stoppen met haar werk. Ze had het houtbewerken voorbij zien komen en wist: dit is het. Een maand volgde ze een cursus van zo’n drie lessen per week. De rest van de kneepjes van het vak leerde ze zichzelf. Met vallen en opstaan – en af en toe een splinter in haar oog.

En vooral het opstaan-gedeelte, dat is gelukt. Want het gemak waarmee ze een bonkig stuk hout vervormt tot allerlei schalen die ik het liefst direct mee naar huis zou nemen, is indrukwekkend. Het lawaai van de machines, in combinatie met het verfijnde werk en de ronddraaiende beweging van het hout dat langzaam een nieuwe vorm aan neemt werkt bijna hypnotiserend.

„Het duurt ongeveer een uur om een klein diep bord te maken”, legt Cécile uit, in een combinatie van Frans en Engels. Maar snel tevreden is ze niet. Wanneer ze voor mijn ogen een nieuwe schaal creëert, is ze kritisch. Zonder publiek neemt ze meer tijd en lukt het beter, legt ze uit. Het kleine atelier achterin de schuur laat zien hoe de werken van Cécile eruit zien na het nodige polijsten. Als de vorm van de schaal klaar is, is het proces namelijk niet ten einde. Nog weken schippert ze afwisselend tussen het bevochtigen en drogen van haar werk.

Michelin-servies

In mum van tijd leerde Cécile zichzelf de kneepjes van het vak. Dat werd ook opgemerkt door de eigenaren van Michelinsterrenzaak Atmosphères: aan de start van 2021 ontvangt Cécile een aanvraag. Of ze dertig schalen speciaal wil maken voor het restaurant. Ze neemt de opdracht aan. Maar doordat het gaat om dertig semi-identieke exemplaren van haar handwerk, stapt ze van het resthout gebruik af en werkt voor met aangeschaft hout.

Instagram wordt niet geladen omdat je geen toestemming hebt gegeven. Klik hier om het aan te passen.Wel toestemming gegeven maar niet getoond, herlaad de pagina.

View this post on Instagram

A post shared by Cécile Perrissin-Fabert (@latelierdumont)

Ondanks het succes van haar liefde voor hout, blijft Cécile twee dagen werken als fysiotherapeut. „Financieel zou ik van het houtwerken kunnen leven, als ik daarop zou focussen. Tegelijkertijd zou ik dan méér moeten zoeken naar specifieke opdrachtgevers, waar eigenlijk niet mijn passie ligt”, legt ze uit. Ondertussen is mijn eigen jas even bestoft als de hare. „Juist de afwisseling in mijn werk, maakt dat ik dit wil blijven doen. Alle dagen werk ik met mijn handen: maar hier, in het atelier, vind ik rust, kalmte en kan ik focussen op mijzelf. Ondanks de herrie van de apparaten is een serene plek, waar ik me kan omringen met de natuur”, vertelt Cécile met bergtoppen op de achtergrond.

Ik kan begrijpen welke kalmte ze hier ervaart, want zelf bij dit korte bezoek, heb ik heel even kunnen proeven van de het leven in de natuur. Waar natuurlijke producten worden gecreëerd, met respect voor de omgeving. Op de terugweg fantaseer ik tijdens de autorit – met uitzicht op de indrukwekkende Franse Alpen over hoe het zou zijn om zelf te gaan houtbewerken ergens in een schuur. Zou dat in Nederland net zo sereen voelen als hier?

Betonpompmachinist en crypto-ondernemer Joeri (25): ‘Er is niks mis met werken met je handen’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.